Op 7 september was Maria Roosen te gast bij Tertulia.
Zij ging in gesprek met Emile van der Kruk en beantwoordde vragen van de aanwezigen.

Maria Roosen (1957) is vooral bekend vanwege haar sculpturen van glas, al maakt ze ook prachtige tekeningen en aquarellen. Haar ‘hoedjes’ van glas prijken op de lantaarnpalen tussen Koppelpoort en Mondriaanhuis. Geliefd is haar tros Borsten in de tuin van Museum Arnhem. In 2017 maakte zij de onvergetelijke expositie Vuur in kunsthal KAdE.
Haar tentoonstelling Schrobben Harken Gieten Vegen was tot mei 2026 te zien in Museum Schiedam.
Werk van Maria Roosen is tot 7 november in galerie Akinci, Lijnbaansgracht 317, Amsterdam onder de titel Express.

Ter inleiding op het gesprek tussen Emile van der Kruk en Maria Roosen werd de film uit de serie Hollandse Meesters in de 21e eeuw over Maria Roosen getoond. https://www.youtube.com/watch?v=QmK7OZRGgDk‍ ‍

Hieronder het verslag van de avond van Nynke Spijksma:

Maria Roosen verleidt

De samenleving ontbeert kleur, zachtheid en fantasie volgens Maria Roosen. Ze zegt: “Je móet wel iets vinden”. En wat ze vindt houdt ze gelukkig niet voor zichzelf.

‘De rijke bramenplukker’ van Godfried Bomans is één van de sprookjes en parabels die Roosen gebruikt om de wereld te verstaan. De bramenplukker toont de schoonheid -die voor het grijpen ligt- aan zijn medemensen. Hij wordt echter niet begrepen, hij wordt gedood. Net als de bramenplukker deelt Roosen de weelde die ze ervaart ruimschoots uit. Maar zij is, anders dan de bramenplukker, niet naïef. Zij houdt de regie waardoor de toeschouwers -die hebberig kunnen worden- haar niet zullen verslinden.
Het begon met een schok van rauw gemis toen haar man Gerrit van Bakel plotseling overleed. Het was 1985, ze kwam net van de academie. “Je hebt alles nog, maar je kan er nergens mee naartoe. Je loopt tegen muren aan”. Ze is gaan hakken, beitelen en schuren. Houten stammetjes rond maken. Ze kon er haar agressie en verdriet in kwijt en reeg de houten bollen aan een koord. Op deze manier ontstond ‘Voor de sterkste man’, het werk dat ze wel haar kruisbeeld heeft genoemd. Sindsdien vraagt ze zich bij elk werk af of het noodzakelijk is om het te maken.

Toen Roosen in 2019 ook haar tweede man Jan Broekstra verloor was het wéér het hout dat haar hielp. Ze maakte met Shelter II een kapel voor één persoon, door een boomstam eindeloos te schaven en te polijsten, te branden en in de olie te zetten. Deze babushka om in te schuilen heeft een plek gevonden in de tuin van het Kruisherenklooster van Sint Agatha in Cuijk.

Roosen gaat op deze avond bij Tertulia uitgebreid in op het proces van de maker.
Toverwoorden die zij daarbij gebruikt zijn ‘vloeibaar worden’ en ‘vrijen’. Zij en de oude Zhuang Zi (369-286 v.Chr.) hadden het vast uitstekend met elkaar kunnen vinden. Zijn werk is in april 2026 in een nieuwe Nederlandse vertaling uitgegeven. Zhuang Zi beschrijft daarin hoe ambachtslieden de prachtigste voorwerpen kunnen laten ontstaan wanneer het hen lukt om de wil los te laten. Zhuang Zi noemt het ‘zwerven’, Roosen beschrijft het als ‘vrijen’. Het woord ‘vrij’ zit er al in, zegt ze.

Het kan gaan om het dirigeren van een troep beschonken, bezwete, maar zeer getalenteerde glasblazers in Tsjechië. Het kan te maken hebben met het vinden van de juiste vorm. Het kan zijn dat Roosen een aquarel na vervaardiging ophangt om het verder met rust te laten. Op andere momenten is het nodig de aquarellen te vertalen in werken van hout, textiel of glas. Glas is gestolde energie, maar voordat het stolt moet alles vloeibaar worden. Ook de kunstenaar moet vloeibaar worden.
Ze spreekt bijvoorbeeld met zichzelf af dat ze vijf aquarellen maakt. “Die eerste daar zit alles al in, maar de vijfde dan hoeft het niet meer. Dat geeft een enorme vrijheid en dan gebeurt het”.

Zelfs de samenwerking met de glasblazers wordt vloeibaar en gaat over in een vorm van vrijen. Ze vertelt hoe ze de glasblazers ‘verappelt’ door -wanneer ze haar Appelkannen blazen- de ruimte vol appels te leggen. Ook plaatst ze haar ontwerp in groot formaat op de vloer zodat de glasblazers er omheen moeten lopen.
Andersom werkt het precies zo. Wanneer er een stuk van een Appelkan afbreekt wil Roosen opnieuw beginnen. Maar meesterglasblazer Jiří Pačinek stelt voor het zo te laten. Ze gaat erin mee, maar wil uiteindelijk toch net iets anders dan hij. Het appeltje niet naast maar ín de wond die door de breuk is achtergebleven.

Gevraagd naar het effect dat haar kunst kan hebben op de toeschouwers zegt ze: “Als ik maak wat ik zelf wil en voor mezelf nodig heb, als het eerlijk is, dan heeft het effect”. Dat is ongetwijfeld waar. Tegelijkertijd kijkt ze heel goed om zich heen en is ze voortduren bezig met afstemmen en verbinding maken. Zo zocht ze voor haar werk in de entreehal van het Antoni van Leeuwenhoek haar inspiratie in de tekeningen van patiënten.

Er is een continue kruisbestuiving tussen kunstenaar en ambachtslieden, materiaal en maker, schepper en toeschouwer. Waarbij Roosen precies weet wat ze wil, maar zich ook kan laten bewegen door wat zich voordoet. Op deze manier ontstaan bollen in alle kleuren van de regenboog, piemels en druipende borsten, kerken die kindjes baren, enorme ladders met kettingen van hooghangend fruit, hout dat kan troosten, gekleurde muren van glas, kannen in kabeltruien gebreid door Maria’s moeder en zaadcellen van alles wat er nog gemaakt zou kúnnen worden.

Ook in onze Amersfoortse straten is werk van Roosen te vinden. Blauwe mutsen en toefjes sieren de lantaarnpalen op de route van Mondriaanhuis naar Flehite. Roosen vertelt ons dat het onderhoud uit de gemeentebegroting is verdwenen. De mutsen zullen voortaan niet meer gereinigd worden en het daardoor niet lang meer uithouden. Ineens laat ze zich ontvallen dat de originele exemplaren nog steeds in haar atelier liggen. Verleidelijk kijkt Maria de zaal in. Haar stralende ogen wenken. De atmosfeer in het Lokaal wordt vloeibaar en we krijgen zin om met haar mee te gaan. In optocht naar haar atelier en dan -met haar lange fruitladders op onze schouders- de stad in om de blauwglazen mutsen te brengen waar ze horen…

Verder lezen en kijken:

Hollandse Meesters, in deze serie is een korte documentaire over Maria Roosen verschenen, 2015, regie Tessa Boerman

Missen als een ronde vorm van Hanne Hagenaars, 2023, Art Paper Editions

Zwervend met Zhuangzi wegwijs in de taoïstische filosofie, René Ransdorp, 2007, uitgeverij Damon

Wat onze vrienden zeggen (en doen)

Monique van der Westerlaken

“Haar ongedwongen antwoorden op de zo specifieke vragen van Emile gaven een verrassend inkijkje in haar wereld.”

Pier Pennings

“Wat een heerlijke combinatie:
Emile en Maria samen.”

Paul Wennekendonk 

“In Maria Roosens verhaal herkende ik het zoeken, doorgaan en uiteindelijk zien wat het moet zijn. Dat voelde sterk vertrouwd.”

Voorafgaand aan het Kunstcafé met Maria Roosen verzorgde het gelegenheidstrio rond Juan Carlos Salvia

“Trio del tingo al tango”

de muzikale omlijsting tijdens het diner dat verzorgd werd door Bistro Het Lokaal.