Vrouw met schaafhoofd. (ter plekke omgedoopt tot De Beschaafde Vrouw).
‘Wat Beelden Vertellen’ een terugblik op het Kunst Café met Thijs Trompert, 13 april 2026
Achtergrond en creatieve ontwikkeling
Thijs vertelt dat zijn kunstenaarschap niet een heel bewuste keuze is geweest, maar iets dat er eigenlijk altijd al was. Hij groeide op in een omgeving waarin ‘maken’ vanzelfsprekend was: zijn vader was architect en er waren altijd materialen, gereedschappen en tekenspullen beschikbaar. Als kind tekende en bouwde hij voortdurend. Tekenen vormt nog steeds de basis van zijn werk. Maar vooral als vertrekpunt—niet als einddoel.
Zijn creatieve drijfveer is nieuwsgierigheid: begrijpen hoe dingen werken en ontstaan. Die praktische, onderzoekende houding kenmerkt hem vandaag de dag nog steeds. Hands-on werken en experimenteren zijn voor hem essentieel. Zijn verhouding tot het onderwijs was ambivalent. Hoewel hij sterk gemotiveerd was om te leren, botste hij met het schoolsysteem. De kunstacademie stelde hem teleur door gebrek aan praktische en inspirerende begeleiding. Hij verliet deze na twee jaar en koos ervoor om zelfstandig, en al doende, door te maken en uit te proberen, verder te leren. Hij kwam naar Amersfoort en liep stage bij Marian Dessing. Zijn vader vroeg hem te helpen met het maken een maquette, en die viel bij de opdrachtgever goed in de smaak. Dat gold ook voor de volgende maquettes. En zo ontwikkelde dat zich tot een eigen bedrijfje, samen met Marisja en Antal.
Materialen en het creatieve proces
Hij heeft een sterke interesse in ambacht en werkt met uiteenlopende materialen, zoals staal, hout en baksteen. Het creatieve proces van Thijs is sterk materiaal-gedreven en intuïtief. Hij begint zelden met een vastomlijnd plan. In plaats daarvan werkt hij met wat voorhanden is: een verzameling materialen, reststukken of vondsten. Hij begint vaak met wat er is, legt de dingen bij elkaar, haalt ze weer uit elkaar en ziet soms pas de volgende dag wat er is ontstaan. Hij werkt met veel verschillende materialen, zoals hout, staal en baksteen. Elk materiaal vraagt om een eigen benadering, heeft zijn eigen logica en dwingt tot een andere manier van werken. Het maken is voor hem een proces tussen maker en materiaal, waarin toeval, verrassing en controle elkaar steeds afwisselen.
Hij beschrijft bijvoorbeeld hoe hij ontdekte, dat metselen bijna meditatief kan worden: een repetitieve handeling, waarbij denken en doen samenvallen.
“Kloddertje, baksteen, kloddertje baksteen, kloddertje, baksteen…..”
Tekenen is voor hem nog steeds het vertrekpunt en heeft voor hem meerdere functies:
- het schetsen van ideeën;
- als communicatiemiddel binnen samenwerkingen;
- en soms als ook weerslag vanobservaties en indrukken, bijvoorbeeld tijdens het reizen.
Collectieve teamdynamiek versus persoonlijk werk
Thijs werkt al decennia in collectief verband. Vorig jaar vierde ATM (ATM = Antal, Thijs, Marisja) zijn 25-jarig jubileum. Het samenwerken is essentieel voor hem. Het maakt niet alleen grotere en complexere projecten mogelijk, maar het leidt vooral ook tot betere en mooiere ideeën.
De ontwerpen ontstaan gezamenlijk, al tekenend en pratend. In onderling gesprek worden die getest, bijgeschaafd en uitgewerkt. Zo benutten ze hun complementaire vaardigheden, in zowel het ontwerp- als het uitvoeringsproces. Esthetische of inhoudelijke meningsverschillen worden opgelost in overleg en discussie. Het is een democratisch proces: als een idee geen draagvlak heeft bij de twee anderen gaat het niet door en wordt gekozen voor een alternatief. Die creatieve spanning leidt volgens Thijs tot betere resultaten.
Opvallend is hoe Thijs autonoom werk ervaart. Waar je misschien volledige vrijheid zou verwachten, voelt hij ook het tegenovergestelde: te veel mogelijkheden maakt kiezen moeilijk.
Zonder externe prikkel of kader is de overvloed aan mogelijkheden voor hem eerder verlammend dan bevrijdend. Samenwerking en opdrachten helpen hem keuzes te maken en bieden hem houvast.
Werken in opdracht
Opdrachten spelen een belangrijke rol in zijn werkpraktijk en worden door hem niet als beperking ervaren, maar juist als stimulans. Bij een opdrachten moet je natuurlijk rekening houden met wensen van opdrachtgevers, de omgeving en de praktische beperkingen. Een opdracht geeft een kader: er is een vraag, een probleem, een context en een richting. Het is altijd zoeken naar een balans, want je moet rekening houden met de wensen van opdrachtgevers, de omgeving en de praktische beperkingen. En uiteindelijk moet het werk ook “functioneren” in de gegeven context.
Binnen de kaders van de opdracht blijft er voor hem meestal voldoende ruimte voor intuïtie, artistieke vrijheid en keuzes. Het helpt hem in ieder geval om uit de overvloed van zijn ideeën een keuze te maken en dat te concretiseren.
Ontstaansgeschiedenis van De Stier
De Stier (op de rotonde bij De Kamp) is een van zijn iconische kunstwerken in Amersfoort.
Het kunstwerk De Stier werd ontwikkeld vanuit een locatiegebonden opdracht voor de de Urban Wijland-manifestatie (2006). Deze manifestatie onderzocht de relatie tussen stad en platteland.
Thijs ontdekte dat het verschil tussen stad en platteland minder groot is dan vaak gedacht—beide zijn door mensen gevormde ‘landschappen'. Hij vertelt hoe het idee zich ontwikkelde, in reactie op de plek en de betekenis ervan voor de omgeving. Dat deed hij met een beeld van een verdwaald dier dat in de stad toch nog een stukje gras had gevonden. Het beeld straalt kracht en aanwezigheid uit en gaat tegelijkertijd een relatie aan met de omgeving en het publiek. De eerste versie, een houten stier, ontstond uit restmateriaal van bouwprojecten dat hij op de kade van de Eem vond.
Dit materiaal had zowel een praktische als symbolische lading: afvalhout uit de stad werd gebruikt om een dier van het platteland te verbeelden. De stier staat bij de entree naar De Kamp, waar vroeger het vee de stad binnen werd binnen gedreven op weg naar De Beestenmarkt, achter De Kamp.
De houten stier viel ten prooi aan brand door vuurwerk. Omdat de stier erg populair was en de bewoners hem terug wilden, maakte hij in 2011 een stalen versie. Deze stalen stier heeft een andere uitstraling dan de houten stier, namelijk van kracht en duurzaamheid.
Kunst in de openbare ruimte
Thijs benadrukt dat kunst in de openbare ruimte anders functioneert dan kunst in een museum of galerie. Daar gaat het om een publiek dat bewust de kunst opzoekt. Met kunst in de openbare ruimte is dat niet het geval: het is er, midden in het dagelijkse leven. Het publiek is divers en mensen komen het onverwacht tegen, reageren er (al/niet) op. Een werk kan door kinderen ook worden ervaren als speelobject, terwijl anderen naar betekenis zoeken. In die interactie wordt duidelijk hoe publieke kunst in de openbare ruimte functioneert: de betekenis ligt niet vast, maar ontstaat in de ontmoeting van werk en publiek. Iedereen kijkt anders en neemt zijn eigen verhaal mee. Het roeptook vaak discussie op en juist dat maakt publieke kunst zo levend. Die dynamiek is, volgens Thijs, inherent aan kunst in de publieke ruimte.
De lijvige beelden die hij maakt, vereisen naast fysieke inspanning, ook veel logistieke kennis, van allerlei machines, transport en vervoer, en samenwerking met uiteenlopende bedrijven. Ook dat is een proces van leren en ontdekken geweest.
Naast De Stier passeren ook nog enkele andere werken de revue, die de veelzijdigheid van zijn werk illustreren.
- Vrouw met schaafhoofd (te bewonderen tijdens de bijeenkomst van Tertulia en daar ter plekke omgedoopt tot De Beschaafde Vrouw). Het is een werk waarin herkenning (vrouwenlichaam) en vervreemding samenkomen;
- De zonnewijzer ‘Ruimte -Tijd’, in Elisabeth Groen: een werk waarin tijd, ruimte en functionaliteit samenkomen. Gemaakt van een stalen kegelspits uit het voormalige Elisabeth-ziekenhuis;
- De Duif aan de Eemkade: een werk dat, op initiatief van Arie Terschegget, een hommage is aan de duivenmelkers uit de voormalige volksbuurt ’t Sasje. Dit werk is heel erg gekoppeld aan de historische locatie van ’t Sasje aan de Eem en de verhalen van de toenmalige bewoners.
Resumé
De avond heeft een boeiend en interessant inkijkje gegeven van Thijs zijn kunstenaarschap en werkwijze. Zijn werk ontstaat niet persé uit een vooraf bedacht idee, maar is vooral een intuïtief proces, met een voortdurende wisselwerking tussen materiaal, omgeving en toeval. Opdrachten, kaders én samenwerking helpen hem om richting te geven aan de overvloed aan ideeën die hij heeft.
Verslag door Elly van Eijk.
De film die we in de pauze toonde is een compilatie van werk van het ATM-bedrijf, bestaande uit Thijs Trompert, Marisja Smit en Antal Bos.
Was je erbij en wil je nog eens kijken? Of heb je hem gemist? Laat je meenemen door de film.
Wat beelden vertellen
Future Village in één minuut.
Ron Jagers met Chantal van Kempen van het Kultlab hielden een korte pitch voor Future Village. Tijdens de bouwweken werken jongeren samen met kunstenaars aan grote kunstwerken. Als vrijwillige opa of oma kun je een praatje maken, jongeren aanmoedigen, een luisterend oor bieden of af en toe een handje helpen. Lees meer.
Wat vrienden zeggen;
“Het is bijna weer opnieuw kijken en opnieuw leren luisteren”
— Riet Bosch“Ik verzamel tips van Thijs en leer dat ik meer met de zon mee moet leven. Niet altijd vol gas ook rust nemen.”
— Victor Dissel“Door deze avond besef ik hoe belangrijk samenwerken is en hoe fijn een drietal kan opereren.”
— Anna SkubiszKunstexcursie Tertulia in Amersfoort 15 april ‘26
Tertulia organiseert regelmatig kunstexcursies waarin ontmoeting, verdieping en verbeelding centraal staan. Tijdens deze excursie in Amersfoort verkenden deelnemers samen met beeldend kunstenaar Thijs Trompert verschillende van zijn sculpturen per fiets.

