Een avond met Emily Dickinson, de bromvlieg en de jachthond.
Een subjectief verslag van Gerard de Kleijn en enkele antwoorden van Renée van Riessen

HEMELSE SLUIER

De treinen tussen Kampen en Amersfoort lieten het afweten, dus moesten we het op maandagavond 5 januari onverwachts zonder Renée van Riessen doen. Zij is de kenner van het werk van de Amerikaanse dichteres Emily Dickinson uit de 19e eeuw en zou voor Tertulia een voordracht komen geven. Renée had voor ons vier gedichten van Emily Dickinson geselecteerd om te bespreken. Gelukkig waren er zeventig Vrienden en kennissen van Tertulia door de sneeuw naar Het Lokaal gekomen om zich te laven aan het dichtwerk van Emily Dickinson. Met elkaar hebben we geprobeerd ondanks ons gebrek aan voorkennis toch enig begrip te krijgen voor de vier gedichten en iets dichter bij het wezen van Emily te komen. Al weet je dat nooit zeker. Staat er wel wat er staat? Gedichten zijn voor meerderlei uitleg vatbaar. De dichteres schrijft niet voor niets omfloerst. Het is net als met een schilderij. Zonder kijker bestaat het schilderij niet. Zonder lezer is er geen gedicht. En alle lezers lezen net iets anders.

Alle vier gedichten bleken te gaan over leven en dood. Emily Dickinson komt in deze vier gedichten naar voren als een vrouw die houdt van de natuur én verlangt naar de dood, de verlossing uit het leven. Het zijn smachtende, lyrische gedichten. Een beetje Eline Veere, die zich ook opgesloten voelde in een bekrompen mannenwereld. Renée van Riessen schrijft me achteraf dat ze deze vier gedichten gekozen heeft bij een thema dat haar momenteel zeer bezig houdt “leven en dood”. Een kwart van de bijna 1800 gedichten van Dickinson is gewijd aan onderwerpen die met dood, afscheid nemen, (on) sterfelijkheid te maken hebben. Ze koos er vier, op grond van kwaliteit, lengte en diversiteit. De correspondentie met Renée van Riessen (mijn vragen, haar antwoorden) voeg ik aan dit verslag toe.

A FLY BUZZ
Haar grappigste gedicht vond ik het gedicht met de bromvlieg (p.191 van de Verzamelde gedichten).
Stel je voor. Je ligt op je sterfbed, je naasten en erfgenamen staan rondom je, het is stil in de kamer en plotseling verstoort een bromvlieg de rust.
Dat is haast oneerbiedig, een teken van leven. De bromvlieg wil naar buiten, vliegt tegen het raam aan. Dat is het laatste beeld dat de stervende ziet, zij wil ook naar het licht toe.

A SINGLE HOUND
Over het gedicht met de Jachthond verschilden de interpretaties in de zaal flink. Waar staat die Jachthond voor? Is het het jachtige leven? Is de Hound een Cerberus die de toegang tot het hiernamaals bewaakt? Verwijst dit naar de eeuwige jachtvelden? Of is het onze eigen ziel? Ik neig naar de laatste interpretatie, omdat er in het korte gedicht vijfmaal sprake is van ‘itself alone’, ‘adequate unto itself’, ’itself unto itself’, ‘unto itself’, ’its own identity’. Emily realiseert zich dat ze op haar avontuurlijke levensreis uiteindelijk alleen is, op zichzelf aangewezen. Ik vind het mooi dat ze zichzelf “Hound” noemt.

THE BIRDS THAT STAY
Dit was wel een heel toepasselijk gedicht, omdat de sneeuw er in voorkomt. Dickinson verwijst naar de vogeltrek naar het Zuiden wanneer de winter nadert. De vogels zijn op zoek naar het goede leven. Wij mensen daarentegen, zijn overwinteraars. “We are the birds that stay”. Dit gedicht gaat anders dan de andere drie gedichten niet over ‘ik’, maar over ‘wij’. Wij blijven scharrelen, totdat de dood ons komt halen. In het gedicht met de bromvlieg, was sprake van een ‘King’, die het raam naar buiten komt open doen. In dit gedicht is het ‘Snows” die uit medelijden omdat we het koud hebben, de deur open doet naar het warme huis, ’Home’.

MY LIFE CLOSED TWICE
In het vierde gedicht komen geen dieren voor, geen bromvlieg, jachthond of vogels. De interpretaties van tertulianen lopen uiteen. Heeft de dichteres tweemaal een bijna-dood ervaring gehad en hoopt ze nu de derde keer echt te gaan hemelen? Of is ze tweemaal afgewezen in de liefde en hoopt ze dat het de derde keer raak is?

REACTIE RENÉE
Vraag: Het gedicht met de bromvlieg eindigt met “And then the Windows failed”, lelijk vertaald als “Toen vielen Vensters uit”. Wat bedoelt de dichter? Sloot de stervende haar ogen?
Renée: Ik ga niet mee met jouw “lelijk vertaald”. De vertaler probeert ook metrum en rijm recht te doen. Het gaat in elk geval over wegvallen van zicht en zintuigelijke verwarring op het moment van sterven. Zijn het de ramen of haar eigen gezichtsvermogen? Ik vind de slotzin briljant: " I could not see to see.”

Vraag: Hoe lees je de slotzin met de Jachthond? Een jachthond zoekt een prooi. Is de prooi in dit gedicht the Soul of is de prooi Its own identity? Of zijn het allemaal associaties van ‘het zelf’?
Renée: Het slot is inderdaad raadselachtig. Ik denk: een beeld van onze ziel/ons bewustzijn - veroordeeld om voor zichzelf ‘adventure’ te zijn. Begeleider in dat avontuur is de eigen identiteit, hier als hond (jachthond?) voorgesteld. Waarom?, wellicht omdat de hond de oudste vriend van de mens is?

Vraag: In het gedicht met de vogels is tweemaal sprake van “Door”. Is hier de hemelpoort bedoeld?
Renée: ‘Door’ kan in dit gedicht gewoon “deur” betekenen aangezien er geen verwijzingen zijn naar een hemel of een poort. In de beeldentaal van dit gedicht heeft “deur” betrekking op een andere werkelijkheid die de doden betreden. Wellicht gaan ze ergens naar “binnen” - omdat het in dit gedicht de achterblijvers zijn die buiten blijven staan.

Vraag: Kunnen we het gedicht ‘My life closed twice’ biografisch letterlijk opvatten, dat Emily tweemaal een bijna-dood ervaring had?
Renée: Natuurlijk kan dat, maar er is geen enkele zekerheid dat dit ook echt het geval was. Ook mogelijk is dat ze het sterven van geliefde personen zo intens heeft beleefd dat ze het gevoel had zelf ook te overlijden. Het gedicht draait om de laatste zin. “Parting is all we know of heaven”,
‘Afscheid al wat je van de hemel weet’. Meer weten we niet van de hemel, meer “hel” hebben we niet nodig.

P.S.
Het verzameld werk van Emily Dickinson ligt te koop bij boekhandel Veenendaal.


Gerard de Kleijn

6 januari 2026