Terugblik Filosofisch Café
2 maart 2026
Jos de Mul over het Symbioceen
“Gaia is a tough bitch”
Met dit citaat van zijn heldin Lynn Margulis laat Jos De Mul het meteen maar duidelijk zijn: het Symbioceen is geen paradijselijke staat waarin we met bloemen in ons haar door moeder aarde zullen worden vertroeteld.
Zoals de tragische held zich al sinds de oude Grieken verzet tegen de schikgodinnen, zo roept De Mul zijn publiek op zich bewust te zijn van het feit dat we al sinds het ontstaan van het leven onderdeel zijn van een groot netwerk van onderlinge verbindingen. Dieren, planten, schimmels, mensen en bacteriën leven samen. Naast elkaar, maar ook als onderdeel van elkaar, waarbij de ene soort stukjes DNA van een andere soort in zich opneemt. In de symbiose beconcurreren en versterken we elkaar en kunnen daarbij niet met en ook niet zonder elkaar. Er zijn zelfs organismen die door samenwerking een nieuwe soort vormen en daarmee de taxonomische categorieën overstijgen.
Naast voorbeelden van samenwerking tussen biologische soorten breidt De Mul het begrip symbiose uit met technosymbiose, de symbiose van biologische organismen met niet-levende zaken. Hij noemt bijvoorbeeld eksters die door de mens ontwikkelde anti-vogel pinnen gebruiken om kraaien uit hun nest te weren. Of menselijke hersenen die veranderen doordat ze werktuigen gebruiken of het schrift ontwikkeld hebben. Dit maakt dat de volgende menselijke uitvinding nog vernuftiger wordt en daarmee de hersenen zich weer verder doorontwikkelen. Prachtige menselijke creaties zoals de cantates van Bach en de Taj Mahal waren het resultaat, maar we kennen helaas ook de desastreuze gevolgen van de uitvindingen en gedragingen van de mens die blijft streven naar almaar beter en almaar meer.
Dit brengt ons bij het Antropoceen, een door sommige geologen voorgestelde aanduiding voor het tijdperk waarin het Aardse klimaat en de atmosfeer gevolgen ondervinden van menselijke activiteit die over de eonen heen zichtbaar zullen zijn. Veel geologen echter betogen dat het te vroeg is om dit tijdperk een naam te geven: we zitten er namelijk nog middenin. Dit geeft De Mul alle ruimte om de vloer te pakken en te pleiten voor een andere benaming: het Symbioceen.
De term Symbioceen is geïntroduceerd door Glenn Albrecht als de opvolging van het huidige Antropoceen, iets waar we volgens Albrecht als mensheid actief naar zouden moeten streven. Jos de Mul gebruikt de term net iets anders: we zijn altijd al een onderdeel geweest van het grotere geheel, het komt er alleen op aan daar bewuster van te worden.
Daarbij kent De Mul (zich beroepend op de Duitse Denker Helmuth Plessner) de mens (in vergelijking met planten en dieren) meer reflectief vermogen en daarmee een grotere verantwoordelijkheid toe om de destructieve elementen van de symbiose een halt toe te roepen. Waarbij hij zich tegelijkertijd beseft dat het bewustzijn van die verantwoordelijkheid vaak vluchtig is. Wat goed is voor de aarde als geheel botst regelmatig met de directe behoeften van een mens.
Het aanhalen van Plessner leidt tot een kleine strubbeling met moderator Erno Eskens die betoogt dat de indeling van Plessner het hiërarchisch denken -waarbij de mens boven planten en dieren wordt gesteld- zou bevorderen. Huidige inzichten over de eigenschappen van planten en dieren waren immers in de tijd van Plessner nog niet bekend.
De Mul herhaalt een paar keer dat hij niet -zoals Glen Albrecht- de oorlog zou willen verklaren aan het Antropoceen. Ook kan hij zich niet verenigen met de fatalistische houding van Lisa Doeland die in haar boek ‘Apocalypsofie' betoogt dat we moeten leren sterven in het Antropoceen.
Maar is er dan nog enige richting te geven aan ons, tragische helden? Kunnen we onze teloorgang voorkomen of uitstellen? Of als het dan toch onoverkomelijk is, in ieder geval ‘trotzdem lachend’ ten onder gaan?
Een vraag uit het publiek brengt ons op het idee om een prijskaartje te hangen aan de natuur in de hoop onze overwegend kapitalistische samenleving de waarde van de natuur in te laten zien. Moderator Erno Eskens maakt hier korte metten mee. Als de natuur te koop is dan wordt zij (en dus wij) vogelvrij. Eskens benoemt een andere mogelijke benadering door de natuur een stem te geven met inzet van juridische middelen. De Mul haalt daarop het boek van Robert Macfarlane aan ‘Is The River Alive?’ De rivier wordt door Macfarlane niet als levend wezen gezien maar wel als ‘levengevend’ en daarmee een symbiotische entiteit.
Op deze avond zijn ze nog niet direct aan bod gekomen maar er zijn ook andere voorbeelden van filosofen die pogingen doen het tragisch heldendom te omarmen. Denk bijvoorbeeld aan Chris Julien die met Extinction Rebellion maatschappelijke ontregeling en geweldloos verzet als beïnvloedingsmiddel aanwendt. Of aan Eva Meijer, die als filosoof publiceert en daarnaast kunst (literatuur, muziek en beeldende kunst) als middel van bewustwording gebruikt.
De afdronk van de avond was -ondanks het serieuze onderwerp- licht. De Mul heeft met zijn humor en bevlogenheid zijn publiek een zachte por gegeven. En wie weet waar dat toe kan leiden? Dichter-filosoof Thomas Coleridge zei immers al: “Advice is like the snow. The softer it falls, the longer it dwells upon and the deeper it sinks into the mind.”
Nynke Spijksma
Meer over het boek:
https://www.demul.nl/nl/publicaties/boeken/6664-welkom-in-het-symbioceen
Wat onze vrienden zeggen
*
Wat onze vrienden zeggen *
‘Wat een aandachtig publiek!’
— Jos de Mul
‘Deze avond was een kado aan mijn jarige vader, ik kom met mijn collega filosofie studenten terug.’
— Christian-LeFerink
‘Food for thought. Ik ben sprakeloos.’
— Paul Adels
‘Te veel analyse, te weinig handelingsperspectief.’
— Martin de Graaf
‘Een hele doos boeken verkocht.’
— Anouk Storteler