Titel: 04082025 Aquarel (60 x 80 cm ) op Thais bamboepapier (van meester-papiermaker Supan Promsen)
Prijs 1820,- (ex 9% BTW) (de titel is altijd de datum van de dagelijkse aquarel van gebeurtenissen in mijn piepkleine achtertuin).
INLEIDING
Tijdens de bijeenkomst van Kunstcafé Tertulia op 2 februari stond het kunstenaarschap van Jolanda Schouten centraal. Jolanda woont en werkt in Utrecht en is docent aan de HKU. In 2019 was werk van haar in Amersfoort te zien in De Vensterbank. Voor het verhaal over haar grote community borduurproject “Let’s grow flowers, not walls”, heeft Jolanda Olga, Elsa en Lydia meegenomen. Gedurende de avond demonstreerden zij het collectief borduren, en werden aanwezigen uitgenodigd om mee te borduren. Juan Carlos Salvia interviewde Jolanda over het ontstaan van haar kunstenaarschap, haar materiaalkeuze, de thema’s in haar werk, het maakproces én het collectieve borduren.
ONTSTAAN VAN HAAR KUNSTENAARSCHAP
In het gesprek met Juan Carlos Salvia schetst Jolanda dat een bezoek op 11 jarige leeftijd (met tante Lies) aan het Panorama Mesdag een sleutelmoment voor haar is geweest De ervaring van letterlijk ín het schilderij te staan, omringd door beeld, geluid en ruimte, was voor haar een overweldigende ervaring. Kunst was niet iets om naar te kijken, maar iets om je in te bevinden.
Tijdens haar middelbare schooltijd op het VWO werd haar creativiteit verder gevoed, niet alleen door het vak tekenen, maar ook door goede docenten, die haar stimuleerden.
Op haar achttiende meldde Jolanda zich aan bij de kunstacademie, waar zij aanvankelijk koos voor grafische vormgeving. Maar al snel merkte zij dat dat geen goede keuze was. Na enkele weken stapte zij over naar de Fine Art-richting. De kunstopleiding speelde een belangrijke rol in haar ontwikkeling. Jolanda studeerde in de jaren tachtig, een tijd waarin kunstenaars als Joseph Beuys en de ‘Neue Wilden’ grote invloed hadden. Die periode legde de basis voor haar latere onderzoekende houding naar materiaal, proces en beeldtaal.
VAN OLIEVERF NAAR AQUAREL
Een belangrijk thema in het gesprek was Jolanda’s keuze voor aquarel, een materiaal dat in de kunst een ambivalente status heeft in vergelijking met olieverf en acryl. Jolanda benoemt deze stigma’s expliciet. Aquarel, bloemen, een vrouwelijke maker van middelbare leeftijd: het is een combinatie die in het kunstveld gemakkelijk wordt gediskwalificeerd. Zij vraagt zich hardop af of zij met dit werk in de jaren tachtig überhaupt had kunnen afstuderen, in de academische context die toen werd gedomineerd door witte mannen van een zekere leeftijd.
Wat haar aantrekt in aquarel is de eenvoud en eerlijkheid van het materiaal: pigment, een beetje Arabische gom en water. Aquarel is natuurlijk en direct. En water speelt daarbij een actieve rol. Het materiaal heeft een eigen wil, is onvoorspelbaar en dwingt haar tot alertheid. De controle is nooit volledig en het werk schildert zich voor een deel zelf.
HET BEELDENDE PROCES
Jolanda werkt onderzoekend. Kenmerkend voor haar werkwijze is het ‘domein van het nietweten’. Hoewel zij met een globaal idee begint, staat het proces open voor verandering. Het materiaal, het formaat en de omstandigheden sturen voortdurend bij. Het eindresultaat is belangrijk, maar nooit het uitgangspunt. Deze houding sluit aan bij haar pedagogische visie (Jolanda werkt ook in het onderwijs). Ze benadrukt het belang van ‘maken' vóór ‘verklaren’. Vragen als ‘wat’ en ‘hoe’ zijn volgens haar productiever dan de ‘waarom’-vraag, zeker in een vroeg stadium. Eerst doen, kijken, ervaren – het praten komt later.
Jolanda werkt vaak op grote schaal, op de vloer, waarbij zij vellen papier aan elkaar plakt en letterlijk ín het werk zit of staat. Die fysieke nabijheid maakt afstand houden moeilijk. Pas wanneer het werk droog is en aan de muur hangt, kan zij het geheel werkelijk overzien.
Maatschappelijk engagement
Ook maatschappelijk engagement speelt een rol in haar beeldende proces. De periode waarin kunst werd weggezet als ‘linkse hobby’ raakte haar diep. De collectieve protesten binnen de kunstsector, waaronder de bezetting van het Rijksmuseum, versterkten haar overtuiging dat doorgaan met maken een vorm van verzet kon zijn. Vanuit die gedachte begon zij met het project van dagelijkse tuinaquarellen: klein, dicht bij huis, maar vol aandacht. Wat begon als een tijdelijk project, groeide uit tot een doorlopend onderzoek, mede doordat de natuur steeds nieuwe vormen en motieven aanbiedt.
Ook het collectief borduurproject (zie verderop) illustreert het maatschappelijk engagement van Jolanda.
Planten, tuinen en stilleven
Planten en bloemen vormen al lange tijd het centrale motief in Jolanda’s werk. De tuin fungeert daarbij als verlengstuk van het atelier (haar ‘oase’): wat groeit en bloeit in haar directe omgeving, vormt het uitgangspunt voor haar schilderijen. Het werken met planten vraagt om intensief waarnemen. Jolanda vertelt dat een bloem op elk moment van de dag anders is, afhankelijk van licht, de tijd én groei. Die voortdurende verandering maakt het kijken nooit af. Ze verwijst ook naar ecologische kennis: bloemen vormen de basis van de voedselketen en dragen een grote betekenis voor biodiversiteit. Deze wetenschap verdiept haar aandacht voor het onderwerp. In kunsthistorisch opzicht heeft haar werk een zekere relatie met de traditie van het stilleven. Maar Jolanda wijkt af van de conventies: er is geen tafel, geen duidelijke achtergrond, geen vaste compositie. Haar schilderijen ontstaan organisch, vanuit het midden, en groeien uit tot omvattende beeldvelden.
COLLECTIEF BORDUREN
De kennismaking met borduren ontstond tijdens het project *Flowerbomb* (2021–2022), in samenwerking met kunstwerkplaats De Vrijstaat in Utrecht. In de context van de coronapandemie werkte Jolanda met kinderen, jongeren en bezoekers aan installaties rond tuinen en bloemen. Een online bijeenkomst van de Feministische Handwerkpartij, met een presentatie over Palestijns borduren, maakte diepe indruk op haar en liet zien hoe textiel ook een politieke en verbindende kracht kan zijn.
Vanaf dat moment ontwikkelde zich een collectieve praktijk waarin haar schilderwerk en borduurwerk samenkomen. Jolanda begon met kinderen, later met moeders uit het AZC Utrecht. Aan tafel zaten soms mensen met meer dan tien verschillende moedertalen. Het borduren werd een gezamenlijk proces waarin iedereen deelnemer is. Met het borduurproject “Let’s grow flowers not walls” wordt gebouwd aan een community van (oude en nieuwe) bewoners in Utrecht.
Borduurmotieven, patronen en steken verwijzen vaak naar lokale identiteit en fungeren als een vorm van visueel geheugen: technieken worden doorgegeven van generatie op generatie. Textiel bleek daarbij niet slechts een materiaal, maar een drager van persoonlijke, culturele en historische verhalen. Het borduurwerk is geen illustratie van een vooraf bepaald verhaal, maar ontstaat in de ontmoeting tussen mensen, materialen en in de tijd. Juist het werken naast elkaar, met aandacht voor elkaars handelingen, creëert een gedeelde ervaring en verbondenheid.
Bij het collectief borduren gelden slechts enkele eenvoudige afspraken. Eén belangrijke regel is: wat geborduurd is, wordt niet uitgehaald. Imperfecties blijven zichtbaar en vormen het vertrekpunt voor nieuwe ingrepen. Borduren wordt zo een vorm van ‘tekenen met draad’, waarbij lijn en vlak in elkaar overlopen en gelaagdheid ontstaat en een extra dimensie toevoegt aan het onderliggende schilderij. Het collectief borduren belichaamt voor haar vertrouwen in het proces, aandacht voor materiaal, ruimte voor het onverwachte en de kracht van samen maken.
Jolanda vertelt dat zij initieert, het materiaal mee brengt en de onderschilderingen maakt, maar het verdere verloop wordt mede bepaald door de deelnemers. Het collectieve proces vergt het loslaten van volledige controle. Iedere handeling – een steek, een kleurkeuze, een afwijking van het voorgestelde pad – verandert het werk en beïnvloedt wat daarna mogelijk is. De vorm ervan ligt niet vast, maar blijft in beweging, net als de groep zelf. Binnen deze collectiviteit blijft individualiteit zichtbaar.
INFORMATIEVE MEDEDELINGEN
Nationaal Textielfestival in Amersfoort, 20-23 mei 2026
Janneke van Luijk en Marjon van der Kooij waren aanwezig, om enthousiast te vertellen over het Textielfestival ‘Inventing the future’ dat van 20 ™ 23 mei in Amersfoort wordt georganiseerd. Er zijn o.a. workshops, presentaties, community art, een textielwedstrijd en 30 locaties met textielkunst, waaronder de Joriskerk (hoofdlocatie), Museum Flehite, Rietveldpaviljoen, Volmolen en het Mondriaanhuis. Marijke Schurink en Ron Jagers zijn hierbij als kunstenaars actief betrokken. Het festival kan nog vrijwilligers gebruiken. Voor meer informatie: www.textielfestival.nl
Boek “Let’s grow flowers not walls” van Jolanda Schouten.
Eind dit jaar verschijnt bovengenoemde uitgave bij JapSam books. Voor meer informatie: volg de website van Jolanda, www.jolandaschouten.nl
Verslag door Elly van Eijk
Terugblik | Kunst Café met Jolanda Schouten
Maandag 2 februari 2026
Wat vrienden zeggen…